De stranding van de Gaffelschoener “ SCHOUWEN II ”.


Op zaterdag 16 januari 1904 woedde er een hevige storm welke gepaard ging met slaghagel, sneeuw en regenvlagen. Ondanks het slechte weer waren er nog mensen op het strand en op “de Wurf “ al turende over de zee. Om ongeveer 1.00 uur in de middag ontwaarde men in volle zee een schip, dat geweldig slingerde en in nood bleek te verkeren. Dadelijk werd de plaatselijke commissie van de N.Z.H.R.M. over het gevaar op zee in kennis gesteld. Onmiddellijk werd de reddingsboot en het vuurpijltoestel uit de schuur gehaald en naar het strand gebracht. De zee stond enorm hoog tot tegen het duin waardoor men over de strook mul zand te rijden, wat voor de boot een moeilijke tocht werd. Intussen was het schip, dat de noodvlag in top had, was meer en meer naar het strand gedreven en bevond zich tussen de tweede en derde paal ten noorden van het dorp. Het was duidelijk te geworden dat aan de stranding niet meer te ontkomen viel. De reddingsboot stond gereed om in zee te steken als het schip gestrand was. Omstreeks 2.00 uur liep het schip vast, even voor de plek waar in het jaar 1800 de “VON LINDEN “ was gestrand nabij de derde paal in de Noord. De reddingsboot werd ogenblikkelijk in zee gebracht en de bemanning slaagde de equipage van boord te halen. Deze bleek te bestaan uit vier mannen en een hondje.

De bemanning van de reddingsboor waren de volgende personen: De schipper Maarten Keesman, voorman Jan Kerkman, roeiers Anthonie Kerkman, Willem Paap, Leendert Kerkman, Pieter Koning, Teun Groen, Willem Keur, Cornelis Paap, Pieter Keur, Cornelis Visser en Willem Draijer, die eerder een orde teken van de Nederlandse Leeuw had ontvangen. Ondanks het stormweer, stond er een grote menigte op het strand en het hoge duin om het reddingswerk gade te slaan. Een woord van hulde was er voor de redders die met zelfopoffering hun werk deden. De geredde equipage werd ondergebracht in het gebouw “Ons Huis” waar voor eten en drinken werd gezorgd. Daar kregen de schipbreukelingen, dank zij de hulpvaardigheid van enige ingezetenen, droge kleren. Later hadden zij hun intrek genomen in het logement met de naam; het “Wapen van Zandvoort”.

Het schip was een ijzeren Gaffelschoener, met als thuishaven Groningen, en bemanning bestond uit vier man, t.w. Kapitein, M.Mellema van Veendam, Stuurman van de Laan van Hoogezand, Matroos Mellema van Veendam en Kok Dodert van Brielle. Het schip was pas vijf jaar oud en had een tonnage van 96 register ton en verzekerd in Groningen voor een som van 14000 gulden. De boot was vertrokken uit Blyth in Engeland met bestemming Rotterdam geladen met een lading steenkool van ca 180 ton. De gehele reis stormde het en de kapitein hoopte Hoek van Holland aan te lopen, maar dat was niet mogelijk en daarom besloot hij naar IJmuiden te gaan. Door de toenemende storm brak de giek en nevens raakte ook haar andere tuigages onklaar. De kans om IJmuiden te bereiken was verkeken en het vaartuig werd een speelbal van de golven. Een stranding was onvermijdelijk te voorkomen en de noodvlag werd gehesen. Het schip kwam hoog op het strand te liggen waardoor het bij laag water het schip droog op het zand lag, zodat het lossen van de lading vrij gemakkelijk kon geschieden. Het lossen van de kolen werd uitgevoerd door de heer J Kapteyn. Hij en zijn mannen kregen zes dagen de tijd om voor f. 2,16 per ton de steenkoollading te lossen. Op 31 januari van het zelfde jaar is de gestrande Gaffelschoener bij hoog water weer vlot getrokken en door een sleepboot naar IJmuiden gebracht.

Tekst: Jaap Kerkman azn
Foto: Ant. Bakels

Kijk ook eens bij de schipbreuk van de “OUDE ZIJPE”, Klik HIER
Kijk ook eens bij De stranding van de “ ALBA ”, Klik HIER


Info over het copyright Klik hier